Inspiratie 29 mei 2017

VERB Campaign: waarom kinderen niet sporten 

Waarom sporten sommige kinderen wel en anderen niet? Het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) wilde daar achter komen en creëerde de VERB Campagne, om tieners tussen de 9 en 14 jaar meer te laten bewegen en daarmee chronische ziektes te voorkomen. Naast een uitgebreid literatuuronderzoek, spraken de onderzoekers ook met de kinderen en hun ouders, namen ze deel aan focusgroepen, hielden ze interviews en deden etnografisch onderzoek.  

Meer bewegen 

De campagne zette het eigen onderzoek in om de voordelen te benoemen van meer bewegen voor deze doelgroep. Tijd besteden met vrienden en familie, spelen, lol hebben en erkenning voor hun inspanningen vonden de kinderen heel belangrijk. Een focuspunt van de campagne was dan ook om tieners de kans te geven hun eigen wereld te ontdekken en beleven, door middel van spel en fysieke activiteiten.  

Geen moetje 

VERB werd bij tieners gepositioneerd als ‘merk’ dat van plezier maken houdt, en de ontwikkelaars kozen er bewust voor om niet te communiceren dat bewegen iets is wat ‘een kind zou moeten doen’. Deze nieuwe strategie – dus om beweging als cool, leuk en gezellig te uiten – zorgde voor de aandacht van de kids. Omdat kinderen van deze leeftijd veel gamen, TV kijken en achter de computer zitten, besloten ze de campagne vooral via deze media te laten lopen. Ook ouders werden actief betrokken bij het stimuleren en motiveren van hun kinderen richting meer sport en bewegen.  

Obstakels 

Tijdens de campagne kwamen de onderzoekers erachter dat kinderen diverse obstakels ervaren als het op bewegen aankomt. Zo werd geld, een gebrek aan zelfvertrouwen, en gebrek aan tijd van ouders genoemd. De focus van de campagne lag dus op het overwinnen van deze obstakels, zodat de kinderen makkelijker zouden kunnen beginnen met sporten.  

Om de persoonlijke onzekerheid aan te pakken lieten ze diverse kinderen meedoen: van dun tot dik, van lang tot kort, van ervaren sporters tot beginnende sporters, en van blank tot gekleurd. Om te voorkomen dat de kinderen helemaal niet gingen sporten omdat ze bepaalde aspecten niet leuk vonden, lieten ze kinderen zelf inspraak hebben in welke sport ze mochten doen – om er zo achter te komen wat hun ‘VERB was. Daarnaast lieten ze zien dat sport op allerlei manieren kan en het weinig tot niets hoeft te kosten. Tot slot vroegen ze de ouders om steun door middel van wat extra tijd.  

Scholen 

Om nog meer steun voor deze campagne te genereren werden ook de scholen en de leraren erbij betrokken. Onderwijzers kregen materiaal om te delen met hun leerlingen, en de kinderen werden betrokken bij het bedenken van leuke manieren over hoe ze binnen schooltijd meer konden bewegen.  

Daarnaast mochten de kinderen ook events en festivals organiseren die beweging in de buurt meer konden stimuleren.  

Om zoveel mogelijk verschillende kinderen te enthousiasmeren voor de VERB Campagne werden diverse promoties ingezet. TV, radio, kranten, magazines, evenementen, viral marketing, PR stunts, samenwerkingen met sportclubs, en websites. De campagne was een groot succes en diverse bedrijven, instellingen en organisaties in het land sponsorden met veel enthousiasme. 

Ondanks het grote succes van deze campagne, die zelfs meerdere jaren duurde, draaide de CDC na vijf jaar de geldkraan voor dit project dicht.  

 

Bron:  

Wong, F., Huhman, M., Asbury, L., Bretthauer-Mueller, R., McCarthy, S., Londe, P., & Heitzler, C. (2004). VERB™—a social marketing campaign to increase physical activity among youth.Preventing chronic disease,1(3).